terug naar home
Interview met Margriet de Zwart

Interview met Margriet de Zwart,  Jo Coenen & Co Architecten
Amsterdam, 2008-04-04

De reden dat ze de Bijenkorf verliet

Margriet Zwart is interieurarchitect die op projectbasis voor architectenbureaus werkt. Ook neemt ze opdrachten aan, maar het liefst werkt ze binnen een grote organisatie aan een project.Daarvoor werkte ze bij het Bouwbureau van de Bijenkorf (ontwerp en projectmanagement) en bij verschillende bureaus in vaste dienst. De reden dat ze de Bijenkorf verliet had twee redenen; de Bijenkorf werd gereorganiseerd na de overname door een investeerdersgroep, verder had ze het idee daar alles al eens te hebben gedaan.

Haar opdrachten verwerft zij via haar netwerk

Het merendeel van haar opdrachten verwerft zij via haar netwerk. Door haar vorige werkkringen heeft ze veel contacten bij architectenbureaus.Ze neemt alle projecten aan, zowel grote als kleine. Ook komt het voor dat aan grote projecten continu wordt gewerkt, bijvoorbeeld op het moment dat ze bestekklaar moeten worden gemaakt. Op dat moment worden geen andere projecten aangenomen. Opdrachten worden aangenomen op urenbasis. Of ze werkt bij bureaus voor een bepaalde tijd op contractbasis; in dat geval wordt ze dus tijdelijk in dienst genomen voor bijvoorbeeld een jaar of half jaar. Vaak komt het voor dat deze worden verlengd.

Retail is voor haar een goede leerschool geweest

Margriet is niet gespecialiseerd, maar begeeft zich op een breed werkgebied. Ze heeft ervaring met gezondheidszorg, kantoren, de inrichting van restaurants en retail (projectmanagement en esthetische begeleiding). Haar laatste grote project is het interieur van de bibliotheek voor Jo Coenen. De inrichting daarvan is volgens Margriet voor een deel vergelijkbaar met die van een warenhuis. Tegelijk heeft ze er nieuwe dingen gedaan, zoals het interieur van het theater. Retail is voor haar een goede leerschool geweest. “Als je, zoals in een bibliotheek, een grote ruimte moet inrichten, moet je overzicht houden en geen blokkades maken, materialen toepassen en meubilair kiezen, dan heb je veel aan je retail ervaring”, aldus Margriet. Op deze schaal is het goedkoper het meubilair speciaal te maken dan gebruik te maken van dure systemen die helemaal zijn uitontwikkeld.

Retail heel hip en actueel

Op dit moment is retail heel hip en actueel. Er gaat veel geld in om; de restyling van een winkelketen spreidt zich immers uit over de gehele wereld.Verder signaleert Margriet een toenemende bereidheid van de overheid geld te steken in goed ontworpen interieurs. De openbare bibliotheek van Amsterdam is daarvan een voorbeeld. Vroeger werd het geld overigens verdeeld over de drie zuilen.

De Oba, een warenhuis van cultuur

De Openbare bibliotheek is een centrum van activiteiten geworden: naast boeken vindt de bezoeker hier dvd’s, tentoonstellingen, lezingen,concerten,voorstellingen, vergaderruimtes, restaurant, die op hun beurt weer andere activiteiten genereren. In het gebouw komen verschillende soorten gebruikers samen. Dit brengt een nieuw type gebouw voort: een warenhuis van cultuur. Boeken worden zo getoond (display), dat het de bezoekers verleidt. In bibliotheek staan ook nieuwe media. Dit trekt ook toeristen aan die mailen en internetten, tijdschriften lezen, kranten.Het ontwerp moet aan zware eisen voldoen. De materialisering is afgestemd op grote hoeveelheden bezoekers. Daarnaast moet direct duidelijk zijn hoe het gebouw is ingedeeld. De routing is ongemeen belangrijk: de verschillende ruimtes en verdiepingen lopen vloeiend in elkaar over. In de derde plaats moet je modulair ontwerpen. Dingen moeten zich herhalen; je moet niet voor elk ding iets aparts ontwerpen. Zo is een module van 1.20 x 1.20 meter ontworpen waarvan je een podium, een vitrine, of een display van kunt maken. Tot slot moet je in een gebouw op deze schaal monumentale dingen maken. Kleine dingen vallen immers weg. Door varianten zoveel mogelijk te minimaliseren, kun je rust in het totaalbeeld behouden.

De rij nummers in de vloer geprint


Tot een van de grootste ontwikkelingen van de afgelopen tijd rekent ze de Europese aanbestedingen van meubilair. Dit is het geval bij publieke gebouwen boven een bepaald bedrag.Daarbij mag niet de naam van het merk of de ontwerper worden genoemd, maar mag wel een foto of schets van het meubilair worden gebruikt. Andere producenten moeten immers de kans krijgen iets soortgelijks aan te bieden. De ontwerper moet daarom een goed eisen programma maken waaraan een stoel moet voldoen: de functie, de stoffen, de kwaliteiten, enz. Leveranciers mogen vervolgens inschrijven en een voorstel maken dat aan deze eisen voldoet. Dat is lastig, omdat stoelen meestal uitontwikkelde producten zijn. Hoe test je of eventuele alternatieven even goed zijn? De inschrijvers bieden in de meeste gevallen gewoon de gevraagde stoelen aan en winnen de aanbesteding op een element dat wordt nagemaakt en aan de eisen voldoet. Fabrikanten zouden hierop makkelijker kunnen inspelen, als ze in staat zouden zijn hun productieprocessen aan te passen.
Een andere interessante ontwikkeling van de laatste tijd is, dat je door printtechnieken in kleine oplagen speciale patronen kunt laten maken. Op deze manier kun je bij bepaalde oppervlakken je eigen ontwerpen maken voor vloeren en wanden. Zo zijn in het theater de rij nummers in de vloer geprint. Tegelijkertijd is het een soort ziekte: alles wordt bedrukt.Een parallel hiermee is de ontwikkeling van lasertechnieken waarmee panelen worden gesneden.
Verder noemt Margriet de enorme ontwikkeling van presentatietechnieken. In betrekkelijk korte tijd kunnen bedrieglijke echte beelden worden gemaakt van producten en interieurs. Dat betekent dat keuzes worden gemaakt op basis van renderings; een ontwikkeling vergelijkbaar met de architectuur. Je ziet immers bijna het verschil niet meer.

Wil je dingen speciaal gemaakt hebben, moet je disciplines samenbrengen

Op een gemiddelde werkdag moet veel worden geregeld, “meer dan me lief is”. Communicatie met adviseurs en uitvoerders (inspreken, begeleiden, vragen beantwoorden) maakt vijftig procent van de werkdag uit. Ook tijdens de voorbereiding kost dit veel tijd, want dan moet je informatie inwinnen, afspraken maken met leveranciers, wil je dingen speciaal gemaakt hebben, moet je disciplines samenbrengen.De overige tijd wordt besteed aan ontwerpen en tekeningen controleren. Doordat stand-alone wordt gewerkt, hoeft geen tijd te worden besteed aan marketing of aan personeel. Volgens Margriet wordt in de branche steeds meer stand alone gewerkt. Dit is pas mogelijk geworden dankzij de computer, waardoor de lijnen kort kunnen blijven. Overigens kun je beter naast elkaar zitten op moment dat dingen worden overgedragen. Hoe de werkdag eruit ziet hangt overigens sterk af van de fase waarin je als ontwerper zit: ontwerpfase, bestekfase, uitvoeringsfase. In het begin is het ontwerp vanzelfsprekend het meeste werk.Ontwerpproces begint met nadenken en met het bekijken van de ruimte en de omgeving. Het interieur moet onlosmakelijk deel zijn van de omgeving. Je hebt derhalve te maken met veel randvoorwaarden. Dit moet je goed in beeld brengen.Daarnaast onderzoek je referenties, je bekijkt wat je goed vindt van vergelijkbare projecten en wat niet.Verder moet je weten wat de programmatische uitgangspunten zijn. Het programma van eisen is heel belangrijk: je moet oplossingen  voor problemen bedenken.In een theater wordt je bijvoorbeeld geconfronteerd met akoestische eisen. Dan heb je heel nauw contact met de akoestische adviseur.
De vloerbedekking in de bibliotheek moest aan heel zware eisen voldoen. Ze moest heel sterk en goedkoop zijn, maar ook binnen het beeld passen.Bij de bibliotheek gold: hoe terughoudender het ontwerp was, hoe beter. En het diende functioneel te zijn. Functie is heel belangrijk. Op de vraag of Margriet ook veel op reis is geweest voor het maken van dit interieur, antwoordt ze ontkennend. De schil was er immers al, de randvoorwaarden lagen al vast.

De aandacht moet vooral naar het podium gaan

Theater - Techniek in het theater neemt veel ruimte in en zorgt visueel voor onrust. Door een zwarte doos te maken lukt het, om deze weg te laten vallen, zodat de illusie van het theater niet zou worden verstoord. De aandacht moet vooral naar het podium gaan. Om dezelfde reden is van alle stoelen een geheel gemaakt: een golf. Margriet werkt met Autocad en Revit (voor tekeningen) en met InDesign (voor presentaties). Details worden in Autocad gemaakt, renderings in Revit. Ze signaleert, dat jongere generaties gemakkelijker hun weg vinden met en in deze programma’s.

H. Tilman, 2008,  de Architect - research interieur architecten

 

naar boven